Beestjes

Beestjes

Mijn zoon is van de beestjes. Wormen, kevers, lieveheersbeestjes, spinnen, duizendpoten, slakken, naaktslakken, rupsen, libellelarves, kikkers, padden, gewoon alles wat kriebelt en wiebelt, vliegt, zoemt, glibbert en slijmt vindt hij fascinerend.

Ik probeer daar echt het positieve van in te zien. Het ontdekken van de wereld, kinderlijke nieuwsgierigheid naar de wonderen om hem heen enzo, maar soms heb ik er wat moeite mee.

Bijvoorbeeld wanneer ik aan de tuin aan het werk ben om handmatig een slakkenplaag te bestrijden en mijn zoontje enthousiast met me mee gaat zoeken naar de slakken. Hij is lekker buiten, op een positieve manier bezig met zijn “hobby” en het scheelt mij heel wat gezoek. Bovendien is het gewoon gezellig.

Echter als ik later midden in de woonkamer de emmer ontdek, inmiddels leeg, want de slakken en naaktslakken hebben zich natuurlijk zo snel als ze konden uit de glibber gemaakt, ben ik wat minder gecharmeerd.

Het scheelt dat ik vanuit de emmer in een stralenkrans de slijmsporen kan volgen, dus ze zijn makkelijk te lokaliseren, maar echt blij wordt ik daar niet van.

De poezen ook niet, want als ze door zo’n slijmspoor wandelen om te kijken wat ik daar toch achter en onder de banken en kasten aan het doen ben, schudden ze heftig met hun pootjes en gaan geërgerd in de vensterbank hun pootjes likken. De naar binnen gesmokkelde spinnen en torren vinden ze echter leuk speelgoed. Ze meppen de arme beestjes de kamer door met hun poten, racen er achteraan en gooien ze de lucht in, tot ze er flauw van zijn en de lijkjes voor mij achterlaten.

Wanneer ik de kleren van mijn zoontje wil gaan wassen, moet ik eerst de zakken leeghalen, want die zitten vol met die arme, soms dode, soms stuiptrekkende en soms nog springlevende beestjes. En dan kan ik ze er dus uit gaan plukken. Heel voorzichtig trek ik met twee vingers de zakken eruit, me schrap houdend voor wat er nu weer allemaal uit komt friemelen en vallen.

Ook wanneer we aan het wandelen zijn geweest in het bos en we onderweg een pad of een kikker zijn tegengekomen, moet ik hem voor we de auto weer ingaan zorgvuldig fouilleren, want geheid dat die pad meegesmokkeld is. Onder het mom van het vergeten van zijn stok, of wanneer wij zijn afgeleid door de hond, een specht, een eekhoorn of een mooie paddenstoel, rent hij terug naar de vindplaats en propt het arme dier in zijn zakken.

We hebben het hele huis voorzien van horren, maar als zoonlief continue broekzakken, bekertjes, emmertjes en Loom-sorteerkoffertjes vol met ongedierte mee het huis in smokkelt, dan heeft dat weinig zin natuurlijk.

Uiteraard hebben we hier hele gesprekken over gevoerd. Ik probeer op zijn gevoel te spelen, door te zeggen dat de beestjes hier in huis doodgaan van de honger, of dat ze geplet worden in zijn zakken of dat ze verdrinken in de wasmachine, maar het mag niet baten. Dan geeft hij ze water en blaadjes en takjes en modder. Probleem opgelost in zijn ogen. Probleem nog groter in mijn ogen, want nu heb ik niet alleen met die beestjes te maken, maar ook met het geklieder van zijn goedbedoelde verzorging.

Hij weet, voelt, dat ik zijn gepiel met die beestjes stiekem ook wel schattig vind. Dat dat appelleert aan mijn vrije-en-blije-natuur-kind-gevoel, dat dat mij meevoert naar mijn eigen jeugd. En hij maakt daar dan ook schaamteloos gebruik van.

En wanneer ik de boze-mama-heeft-haar-grens-bereikt-kaart uitspeel, stuit ik alleen maar op onbegrip en groot verdriet. Ook dát is manipulatie, die grote krokodillentranen wanneer ik zijn nieuwe vriendjes de tuin weer in mik, dat ben ik me heel goed bewust. Maar zijn strategie werkt. Ik vind het gewoon vertederend.

Hij kan uren in de vijver turen op zoek naar nog nooit eerder ontdekte beestjes. Ik kan hem uittekenen op zijn knietjes, kont in de lucht, hoofd op vijf centimeter afstand van het wateroppervlak, zoekend naar alles wat friemelt, beweegt. Wanneer hij weer wat gevangen heeft en hij enthousiast, met stralende ogen en blozende wangen zijn ontdekking komt tonen, tetterend van enthousiasme, dan kán ik gewoon alleen maar vol ontzag luisteren en kijken.

De kikkerdril en later de kikkervisjes die ik elk jaar ergens vandaan tover, worden elke dag bewonderd, geaaid en overvoerd met visvoer. Tegen de tijd dat het kikkers zijn geworden zijn ze zo tam als wat. Ze lopen nog net niet aan de lijn.

De enige beestjes, die hij niet met zich meeneemt het huis in, zijn de mieren. Want daar trek ik dan toch écht de grens. En dáár is híj zich dan weer heel erg van bewust. De lieverd…

Spread the love

Geef een antwoord

Specify Google Client ID and Secret in the Super Socializer > Social Login section in the admin panel for Google Login to work

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.